Gedurende de laatste 15 jaar is de farmaceutische industrie, net als vele andere sectoren, als nooit tevoren gemonopoliseerd via fusies en overnames. Sinds 1989, toen het Britse Beecham fuseerde met het Amerikaanse SmithKline Beckman en Bristol-Myers met Squibb, is het consolideringsproces van de farmaceutische industrie nog sneller gaan lopen. Sinds 1993 vonden er bijna elk jaar grote fusies of aankopen plaats. Vooral de fusies van Glaxo Wellcome met SmithKline Beecham en Pfizer met Warner-Lambert, en daaropvolgend Pfizer met Pharmacia, creëerden reuzen met enorme verkoopscijfers en marktkapitalisaties. We zijn goed op weg naar een situatie waarin een half dozijn bedrijven, met elk 10% van de globale voorgeschreven medicijnenmarkt, de wereldmarkt van de farmaceutische industrie domineren. Hieronder een lijst van belangrijke fusies en overnames van 1989 tot nu.

Tabel 1. Fusies in de geneesmiddelenindustrie van 1989 tot nu.
Nr.
Naam bedrijf
Naam bedrijf
Fusiejaar
Transactiewaarde in miljard $
1. Bristol Myers Squibb Corp 198912.09
2.Beecham Group of Companies Smith Kline Beckman 19897.90
3.American Home Products American Cynamide 19949.70
4. Hoffman La RocheSyntex Lab 19945.30
5. Eli LillyPCS Health System 19944.00
6. SandozGerber19943.70
7. Smith Kline BeechamSterling19942.90
8. Glaxo Burroughs Wellcome199514.20
9. HoechstMMD Roussel19957.20
10. PharmaciaUpjohn19957.00
11. Rhone-Poulenc Rorers Fison19952.70
12. BASFBoots 19951.30
13.Ciby Geigy Sandoz (werd Novartis) 199630.10
14. Hoffman La Roche Boehringer Mannheim199711.00
15. ZenecaAstra 199870.00
16. PfizerWarner-Lambert 199985.00
17. HoechstRhone-Poulenc (werd Aventis) 199940.00
18.Glaxo Wellcome SmithKline Beecham 200078.00

19.

PfizerPharmacia200253.00

Geneesmiddelengiganten

Om een idee te krijgen over de grootte van de door de bovenstaande fusies en overnames gecreëerde bedrijven, en van de schaal van hun zakentransacties, is het nuttig ons te buigen over enkele belangrijke details van GlaxoSmithKline (GSK) en Pfizer. GSK, ontstaan uit de overname van SmithKline Beecham door Glaxo Wellcome, werd een bedrijf met een gezamenlijk personeelsbestand van 110.000 mensen en een onderzoeks- en ontwikkelingsbudget (O&O) van bijna 4 miljard dollar per jaar, waardoor het de sterkste Britse wetenschappelijke macht werd na de regering. Na GSK heeft in het VK AstraZeneca het grootste O&O-budget: 2,5 miljard dollar per jaar. De gezamenlijke uitgaven voor O&O van deze twee geneesmiddelenreuzen is goed voor een derde van alle O&O-uitgaven van alle Britse bedrijven tesamen - een dominantie ongekend in enig ander imperialistisch land. De marktkapitalisatie van GSK bedraagt 110,9 miljard dollar, zelfs na de daling van de aandelenmarkt gedurende de laatste drie jaar (daarvoor benaderde dit de 165 miljard dollar). GSK heeft een marktaandeel van 6,9% en een verkoopscijfer van 22,4 miljard dollar per jaar. Er zijn 15.000 wetenschappers tewerkgesteld, en hun enorm verkoopsteam is in staat om alle rivalen in de meeste van de 60 landen waarin zij opereren te overtreffen, met uitzondering van Pfizer, dat na Warner-Lambert en Pharmacia te hebben opgeslorpt, groter is. Wat Groot-Brittanië betreft, is het aantal farmaceutische bedrijven essentieel tot twee herleid - GSK en Astra Zeneca. Toen het Britse Zeneca en het Zweedse Astra aan het eind van 1998 een fusie overeenkwamen ter waarde van 70 miljard dollar, leidde dit direct tot de omvorming van Zeneca van een tweederangsspeler tot één van de leiders van de farmaceutische industrie, met een jaarlijkse verkoop van 16 miljard dollar, een belastbare winst van 3,59 miljard dollar en 4,5% marktaandeel. Daarom domineren deze twee monopolies, GSK en Astra Zeneca, de Britse geneesmiddelenmarkt volledig; samen zijn ze goed voor 11,4% van de geneesmiddelenmarkt van Groot-Brittannië, die ongeveer 400 miljard dollar per jaar bedraagt. Gezien zij de geneesmiddelenmarkt van Groot-Brittannië totaal domineren en gezien hun enorm gezamenlijk O&O-budget, kan rustig gesteld worden dat geen enkel ander imperialistisch land zo afhankelijk is van slechts twee monopolistische groepen voor zowel de gezondheid van hun inwoners als de onderzoeksbasis daarvan.

Opgemerkt dient te worden dat zoals altijd de werkmensen de eerste slachtoffers zijn van deze fusies en aankopen. Door de fusie van Glaxo en SmithKline Beecham verloor naar schatting 10% van het personeel zijn baan, op alle niveaus. Eerder, toen in 1995 Welcome door Glaxo werd overgenomen, verdwenen alleen al in Groot-Brittannië 1.700 banen. De fusie van Zeneca en Astra zorgde voor 6.000 ontslagen.

Pfizer/Warner-Lambert/Pharmacia

Toen in november 1999 Pfizer voor 85 miljard dollar Warner-Lambert opslorpte, betekende dit niet alleen het grootste onbedongen bod tot dan toe in de bedrijfswereld, maar het was tegelijkertijd een (uiteindelijk succesvolle) poging om de overeengekomen fusie American Home Products/Warner-Lambert te verpesten slechts enkele uren nadat die aangekondigd was. Tegen begin februari 2000 verkreeg Pfizer de fusie door het originele bod met 10% te verhogen en door AHP het duizelingwekkende bedrag van 1,8 miljard dollar te betalen als verbrekingsvergoeding; de grootste die ooit betaald werd. Deze fusie bracht in één klap een bedrijf tot stand met een verkoopscijfer van 23,15 miljard dollar per jaar en 7,3% van de wereldgeneesmiddelenmarkt. Door de fusie met Pharmacia voor 50,5 miljard dollar (aangekondigd op 15 juli 2002 en afgerond in april 2003) werd Pfizer de grootste geneesmiddelenfabrikant ter wereld, die 11% van de wereldmarkt vertegenwoordigt met een verkoop van 40,7 miljard dollar. Het onderzoeksbudget steeg van 5 tot 7 miljard dollar per jaar.

Beweegredenen voor deze consolidatie

De redenen achter de consolidatie in de geneesmiddelenindustrie zijn, alle bijzonderheden in acht genomen, dezelfde als in de consolidatie van andere handels- en industrietakken: de concentratie en de centralisatie van kapitaal, voortgestuwd door winstbejag en vrees voor concurrentie, wat leidt tot de ontwikkeling van een monopoliepositie, het enige dat maximale winsten garandeert. In tijden van monopoliekapitalisme zijn zelfs de grote bedrijven niet groot genoeg meer om het alleen te doen. Zij moeten een kritische massa verkrijgen om zich te kunnen voorzien van de middelen voor onderzoek en ontwikkeling op grote schaal, en moeten distributienetwerken en marketingstructuren ontwikkelen op wereldschaal. De grootste bedrijven in ieder gebied zetten de standaard. Aangezien geen enkele directeur wil dat zijn bedrijf overtroefd wordt, brengt iedere consolidatieronde de volgende teweeg. Omdat niemand in een oncomfortabele positie wil zitten (in het midden of aan de zijlijn), maakt elke grote fusie dat alle andere grote farmaceutische bedrijven op zoek gaan naar hun volgende zet en dat ze hun opties herzien.

Om op de markt tegen Pfizer of GSK te kunnen opboksen, met hun respectievelijke O-&O-budgetten van 7 en 4 miljard dollar per jaar, hun enorme verkoopscijfers, productiefaciliteiten en financiële slagkracht, moeten andere farmaceutische bedrijven samenslaan en groot worden of uitsterven. Volgens betrouwbare schattingen kost het een geneesmiddelenbedrijf gemiddeld 500 miljoen dollar om een goed idee om te zetten in een geneesmiddel in de apotheek. De explosie aan wetenschappelijke kennis, vooral op het gebied van genetica, heeft de vaardigheden en de uitrusting die een geneesmiddelenfabrikant nodig heeft om onderzoek te doen enorm doen stijgen. En zelfs dan zijn er geen garanties dat ze een kassucces zullen hebben - een geneesmiddel dat een verkoopscijfer haalt van meer dan 1 miljard dollar, wat slechts een handvol haalt. In deze riskante en dure onderneming kunnen alleen de grootsten op overleving hopen.

Bovenop de tendens tot dalende winstmarges, een tendens die onder het kapitalisme in alle economische sectoren optreedt, staan de geneesmiddelenbedrijven, vooral in Europa, onder druk om hun prijzen te verlagen, met gevolgen voor hun winstmarges. Sommigen staan voor de vervaldatum van hun patenten en dus komende concurrentie van producenten van generische geneesmiddelen - en de daarmee gepaard gaande daling van verkoop en winst. Volgens de Financial Times van 5 oktober 2001 "zullen geneesmiddelen met een totale jaarlijkse verkoop van 45 miljard dollar hun patent verliezen tegen 2005". Veel geneesmiddelenproducenten zijn voor hun inkomsten zeer afhankelijk van een klein aantal succesgeneesmiddelen. Losec bijvoorbeeld, het anti-maagzweergeneesmiddel van AstraZeneca dat in de VS verkocht wordt onder de naam Prilosec, zorgde in 2000 voor een verkoop van 6,2 miljard dollar en geschat werd dat het het bedrijf 1 miljard winst had opgebracht, 40% van hun winsten van dat jaar. Onder die omstandigheden bieden fusies een uitweg uit zulke moeilijkheden. Hieronder volgt een lijst van de 10 grootste succesgeneesmiddelen van 2001, samen met hun verkoopscijfers en de naam van de producent. [Zie tabel 2]

Tabel 2. Belangrijkste farmaceutische producten (bron: Financial Times, 16 juli 2002)
Producent
Verkoop 2001 (miljard $)
Bedrijf
Lipitor (cholesterolverlager)7.0 Pfizer
Losec/Prilosec (maagzweren) 6.1 AstraZeneca
Zocor (cholesterolverlager) 5.3Merck
Norvasc (hoge bloeddruk/angina) 3.7Pfizer
Ogastro/Prevacid (maagzuur) 3.5 TAP (Takeda/Abbott Labs)
Zyprexa (antipsychoticum) 3.2 Eli Lilly
Celebrex (antireumaticum) 3.1 Pharmacia/Pfizer
Erypo (bloedarmoede) 2.9 Johnson & Johnson
Seroxat/Paxil (antidepressivum) 2.8 GlaxoSmithKline
Vioxx (arthritis) 2.6 Merck
Totaal40.2  

Hieronder een tabel met de belangrijkste aflopende patenten tussen 2000 en 2005. [Zie Tabel 3]

Tabel 3. De belangrijkste aflopende patenten tussen 2000 en 2005. (bron: Financial Times, 5 oktober 2001)
Product (bedrijf)
Verkoop (miljoen $)
Jaar waarin patent verloopt
Losec (AstraZeneca) 5,909 2001
Augmentin (GlaxoSmithKline) 1,817 2002
Claritin (Schering-Plough) 2,674 2002
Zestril (AstraZeneca) 1,221 2002
Biaxin (Abbott Laboratories) 1,275 2003
Flixotide (GlaxoSmithKline) 1,744 2003
Pravachol (Bristol-Myers Squibb) 1,704 2005
Zocor (Merck) 4,495 2005
Zoloft (Pfizer) 2,034 2005

Zoals duidelijk blijkt uit het voorgaande zijn het niet alleen de zwakken die opgeslokt worden door de sterken, bv. Glaxo met SmithKline Beecham en Pfizer met Warner-Lambert. Één reden hiervoor, naast de gebruikelijke, is de kennis van het genoom - het equivalent voor de farmaceutische industrie van wat grondroof is voor de agro-industrie. Begin 2000 merkte de Financial Times terecht op over de toen op handen zijnde fusie van Glaxo en SmithKline Beecham:

"Aangezien het gehele menselijke genoom gecatalogeerd zal zijn in de volgende vijf of tien jaar, hebben de geneesmiddelenbedrijven een nu-of-nooit-kans om een bepaald aantal biologische doelwitten te onderzoeken (en mogelijk te patenteren), die de basis zullen vormen voor een schat aan nieuwe medicijnen. Hoe meer doelwitten een bedrijf kan identificeren en ontwikkelen hoe beter. En daarvoor moet het beschikken over immense middelen" (18 januari 2000).

In de nasleep van deze fusie, die voltrokken werd in december 2000, beweerde GSK met recht dat met hun nieuwe middelen - een groot O&O-budget en een immense verkoopsdienst - het een grootmacht zou zijn wat betreft marketing en research. GSK wist toen nog niet dat de pret zou bedorven worden door Pfizer dat op de loer lag voor weer een nieuwe fusie - ditmaal met Pharmacia - een overeenkomst die de druk op GSK nog verhoogde om nog meer fusies aan te gaan om de winsten te doen stijgen en de kosten te verlagen, want: " … als het het lot van de industrie is om te consolideren, wat is er dan beter dan de moed te hebben om een gewillige (of zelfs een onwillige - HB) partner te vinden, eerder dan een muurbloempje te zijn op het bal van de farmaceutische industrie?" (Financial Times, 2 februari 1998).

Het is slechts een kwestie van tijd voordat een volgende wilde consolideringsronde de industrie in haar greep krijgt.
Vandaag is de lijst van de tien grootste geneesmiddelenproducenten enorm veranderd, ten gevolge van de in de voorbije 15 jaar bereikte concentratie.
Hieronder een lijst van de tien grootste geneesmiddelenbedrijven, respectievelijk volgens verkoopscijfers en marktkapitalisatie. [Zie Tabellen 4 en 5]

Tabel 4. Belangrijkste farmaceutische bedrijven van de wereld volgens verkoop (2001). (bron: Financial Times, 16 juli 2002)
Bedrijf
Land
Verkoop (in miljoen $)
Pfizer/Pharmacia VS40,786
Pfizer VS26,949
GlaxoSmithKline VK 24,521
Merck VS 19,732
Bristol-Myers Squibb VS19,423
AstraZeneca VK16,480
Aventis Frankrijk15,822
Johnson & Johnson VS14,851
Pharmacia VS 13,837
Novartis Zwitserland11,961
Wyeth VS 11,717

 

Tabel 5. Farmaceutische bedrijven Top 10 (bron: Financial Times, 24 januari 2003)
Bedrijf
Marktwaarde (miljard $)
Land
1. Pfizer 189.2 VS
2. Johnson & Johnson 160.4 VS
3. Merck 125.1 VS
4. GlaxoSmithKline 110.9 VK
5. Novartis 105.4 Zwitserland
6. Eli Lilly73.0 VS
7. Roche 71.5 Zwitserland
8. Amgen 67.3 VS
9. AstraZeneca 55.1 VK
10. Pharmacia 54.4 VS

 

Overwicht van Amerikaanse geneesmiddelenbedrijven

Tabellen 4 en 5 tonen duidelijk het overwicht aan van de Amerikaanse farmaceutische bedrijven in de top tien, of ze nu geklasseerd worden volgens verkoopscijfers of volgens marktkapitalisatie. 20 jaar geleden domineerden Europese bedrijven de top van de geneesmiddelenfabrikanten. De tabel voor 1981, waarin de tien belangrijkste geneesmiddelenbedrijven volgens hun verkoop staan, toont vergeleken met de recentste cijfers duidelijk aan hoezeer de Europese farmaceutische bedrijven terrein verloren hebben aan hun Amerikaanse rivalen. [Zie tabel 6].


Tabel 6. Top der farmaceutische bedrijven in 1981, volgens verkoopscijfers (bron: Financial Times, 24 juli 2002)

Bedrijf LandMiljard $
HoechstDuitsland2.56
Ciba-Geigy Zwitserland2.10
Merck VS2.06
Roche Zwitserland1.48
Pfizer VS1.45
American Home Products VS1.42
Sandoz Zwitserland1.42
Eli Lilly VS 1.36
Bayer Duitsland1.23
SmithKline Beckman VS1.22

 

Tabel 7 . Belangrijkste farmaceutische bedrijven volgens verkoop en marktaandeel. (bron: Financial Times, 8 mei 2001)
1981
2000
Bedrijf
miljard$
%
Bedrijf
miljard$
%
Hoechst 2.56 3.7 Pfizer23.15 7.3
Ciba-Geigy (gefuseerd tot Novartis)2.10 3.0 GlaxoSmithKline22.04 6.9
Merck 2.06 2.9 Merck16.49 5.2
Roche 1.48 2.1 AstraZeneca14.294.5
Pfizer 1.452.1 Bristol-Myers Squibb 13.284.2
American Home Products 1.42 2.1 Novartis12.41 3.9
Sandoz 1.42 2.1 Johnson & Johnson 12.36 3.9
Eli Lilly 1.36 1.9 Aventis11.313.6
Bayer 1.22 1.8 Pharmacia10.25 3.2
SmithKline Beckman 1.221.7 American Home Products9.573.0


Het is belangrijk te noteren dat terwijl in 1981 de tien grootste farmaceutische bedrijven 23,4% van de globale markt voor hun rekening namen, dit in 2000 verdubbeld is tot een marktaandeel van 45,7% vanwege de toegenomen monopolisering van de industrie. Tijdens dezelfde periode waarin het marktaandeel van de VS-bedrijven uit de top tien bijna twee en een half keer groter werd, van 10,7 tot 26,8%, nam dat van de Europese slechts met 50% toe, van 12,7 tot 18,9%. Deze wijzigingen zijn te vinden in tabel 7 hierboven.

Europa, waar de farmaceutische industrie ontstaan is aan het einde van de 19de eeuw toen Duitse en Zwitserse verffabrieken hun scheikundige expertise gebruikten om geneesmiddelen te ontdekken, boekt snel achteruitgang tegenover de VS. In 1897 creëerde Felix Hoffman, die voor de Duitse verffabrikant Bayer werkte, een nieuwe industrie. Door een cluster van twee extra koolstof- en vijf extra waterstofatomen toe te voegen aan een substantie verkregen uit wilgenschors, maakte hij acetyl-salicylzuur, beter bekend als aspirine. In één klap maakte deze ontdekking van Bayer het eerste moderne farmaceutische bedrijf. Van dan af domineerden Europese bedrijven de industrie tot het laatste decennium van de 20ste eeuw, toen ze plaats maakten voor de dominantie van de Amerikaanse farmaceutische reuzen.

De redenen hiervoor zijn dat op een paar uitzonderingen na de Europese bedrijven ondervertegenwoordigd zijn in de VS, die goed zijn voor 40% van de verkoop in de wereld en 60% van de winsten in de farmaceutische industrie. De VS spenderen 14% van hun BBP - meer dan welk land dan ook - aan gezondheid (zie grafiek 1). Hun gezondheidsuitgaven kosten meer dan 1.000 miljard dollar per jaar. Geneesmiddelen kosten in de VS ongeveer dubbel zoveel als in Europa, wat voor de Amerikaanse geneesmiddelenbedrijven, die gemiddeld tweederden van hun inkomsten in eigen land maken, een enorm voordeel is. Daarenboven stijgt de Amerikaanse verkoop met 12 tot 14% per jaar, meer dan het dubbele van de groei in Europa. Tijdens de laatste tien jaar hebben de grote binnenlandse groei en de hogere geneesmiddelenprijzen ervoor gezorgd dat de inkomsten van de Amerikaanse bedrijven de hoogte in gingen. Dit heeft hen toegelaten om te herinvesteren in het steeds duurder wordende bedrijf van het ontwikkelen van nieuwe medicamenten.

Uit wat voorafgaat moet je niet afleiden dat de VS een fantastisch welzijnssysteem heeft voor de inwoners - arm en rijk. Niets is minder waar. Het hele systeem komt de farmaceutische bedrijven en de rest van de medische maffia ten goede. Terwijl het zorgt voor de begoede delen van de maatschappij leven 40 miljoen Amerikanen zonder enige vorm van ziekteverzekering. Het is niet verwonderlijk dat de meerderheid van de tien 'lifestyle' geneesmiddelen die in 1998 gemaakt werden van Amerikaanse bedrijven kwamen. Deze medicijnen die de kwaliteit van het leven zouden moeten verbeteren en de gevolgen van ouderdom zouden moeten verzachten, omvatten Prozac voor depressies en Viagra voor de behandeling van erectiestoornissen.

De farmaceutische maffia

De geneesmiddelenindustrie is één van de meest winstgevende ter wereld, samengesteld uit een paar dozijn reusachtige bedrijven met door patenten beschermde monopolies op stoffen waar mensen van overal ter wereld letterlijk voor sterven. Volgens de Economist van 21 februari 1998 was de gemiddelde winstmarge van de tien grootste farmaceutische bedrijven in 1996 30%, wat verklaart waarom het produceren van medicijnen één der grootste industrieën blijft. Het monopolie op patenten en een monopoliepositie op de markt is de sleutel tot de uitzonderlijke winstgevendheid van de geneesmiddelenindustrie en haar jaarlijkse inkomstengroei van 10%. Het is daarom dat de verdere monopolisering van de geneesmiddelenindustrie onverminderd doorgaat.

De Russische revolutionaire denker en leider Vladimir Iljitsj Lenin stelde dat "het financieringskapitaal het tijdperk van de monopolies heeft voortgebracht. En de monopolies zijn overal de dragers van monopolistische beginselen: In plaats van op de open markt te concurreren, worden 'relaties' ingeschakeld om een voordelige zaak af te sluiten." (Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme, p.81). En verder: "Is een monopolie eenmaal tot stand gekomen en beschikt het naar willekeur over miljarden, dan dringt het absoluut onvermijdelijk alle gebieden van het maatschappelijk leven binnen, geheel onafhankelijk van het politieke stelsel of van welke andere 'details' ook." (ibid., p.72).

De geneesmiddelenindustrie vormt een zeer levendige illustratie van de hierboven geciteerde opmerkingen van Lenin, aangezien ze een samenhang vormt van de farmaceutische industrie, de regering, verzekeringsmaatschappijen, advocaten, de media, de staat en de bureaucratie, de medische wereld en het wetenschappelijk establishment met diens overvloed aan wetenschappelijke conventies en publicaties, 'liefdadige' stichtingen van allerlei slag (de Carnegie en Rockefeller stichtingen bijvoorbeeld) en financiële instellingen. Volkomen onbewust van zelfs maar het denkbeeld van belangenconflicten, gekenmerkt door een totaal gebrek aan scrupules gebruikt deze industrie controle, machtsmisbruik, propaganda, desinformatie, omkoperij, intimidatie en zelfs moord zonder verpinken.

Net zoals er een militair-industrieel complex bestaat, bestaat er een medisch-industrieel complex, passend de 'medische maffia' genoemd door de Canadese dokter Guylaine Lanctôt in haar boek met dezelfde titel. Deze industrie is het niet te doen om de goede gezondheid van de mensen, want altijd en overal goed doen zou de dood betekenen voor hun enorme winsten. Alleen patiënten, die vaker en langduriger ziek zijn, zijn de weg naar winst. In plaats van gezondheid voor iedereen is het (natuurlijk niet openlijk gebruikte) motto ziekte voor iedereen, want alleen ziekte maakt dat ze winstgevende medicijnen kunnen verkopen en enorme winsten kunnen maken en de aandelenkoersen kunnen doen stijgen. Om dit doel te bereiken worden leugens en fraude gebruikt, smeergeld betaald en informatie achtergehouden. Net hierom ligt de klemtoon op symptomen in plaats van oorzaken, op het vertragen van het verloop in plaats van de richting te veranderen - samengevat: winst eerder dan een dienst voor het volk.

Om de monopoliewinsten te behouden worden het patentenmonopolie en de wetten aangaande intellectuele eigendomsrechten gebruikt om betaalbare generische geneesmiddelen tegen te houden. De obsceniteit van de inhaligheid en onmenselijkheid van de geneesmiddelenindustrie kwam in het voetlicht toen ze probeerden de Zuid-Afrikaanse regering voor de rechtbank te dagen wegens diens gebruik van generische middelen om AIDS-slachtoffers te helpen. Geconfronteerd met de wereldwijde afkeuring waren de geneesmiddelenfabrikanten gedwongen hun rechtszaak te laten vallen.

Daarenboven doet de geneesmiddelenindustrie al wat ze kan om natuurlijke remedies in een slecht daglicht te stellen en de beoefening van alternatieve geneeskunde te laten bannen of verzwakken via wetgeving en controle. Ze belasteren milieuactivisten en zij die ethiek en andere even 'irrationale' overwegingen ter sprake brengen. Of zoals Guylaine Lanctôt het uitdrukt, de farmaceutische industrie "…zaait ziektekiemen en oogst de beloning" onder het mom van publieke zorg en wetenschappelijk onderzoek, met alle touwtjes van het systeem in handen, met "uitzonderlijke tact en diplomatie", werkend "achter de schermen via tussenpersonen". Alle deuren gaan ervoor open en autoriteiten op alle niveaus, zowel in de regering als in de medische wereld, "staan onder hun immense macht", en ze heersen over hen via milde corruptie of via vrees en dreiging met straffen. Volgens haar "staan de regering en hun vertegenwoordigers op de loonlijst van de industrie". Verkozen politici en de hoge ambtenaren moeten buigen voor de wil van de industrie, want bij "het minste teken van tegenwerking of aarzeling van hun trouw zullen zij uit de gratie vallen en verstoten worden " (The Medical Mafia, pp. 88-89).

De verdrukte landen terroriseren

Als dit de macht is die uitgeoefend wordt door de machtige geneesmiddelenindustrie op de regeringen, politici, ambtenaren en artsen in de imperialistische centra, kan men zich voorstellen welke terreur zij kunnen uitoefenen op de regeringen, politici enz. van de verdrukte en super-uitgebuite landen van Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Als het publieke bewustzijn in Europa, Amerika en Japan geneesmiddelenbedrijven er soms toe beweegt om de verkoop van sommige geneesmiddelen geheel te staken of sommige van hun schadelijke bijwerkingen te publiceren, is zo'n ramp (voor de farmaceutische bedrijven) slechts een gelegenheid om deze schadelijke producten met vereende krachten op de markten van de zogenaamde derde wereld te dumpen, die een veelbelovend jachtterrein is voor het dumpen van geneesmiddelen die in de imperialistische centra als gevaarlijk worden beschouwd. Door legers van getraind verkoopspersoneel te commanderen veroveren ze de markt met een combinatie van omkoping en misleidende informatie. Als deze methodes niet werken, nemen ze hun toevlucht tot afpersing en politiek geweld.

Hans Ruesch vermeldt hierover het geval van Chili in zijn boek Naked Empress (Naakte keizerin). In 1972 besloot een Chileense medische commissie, aangesteld door wijlen president Salvador Allende, dat slechts een paar dozijn medicijnen een aantoonbaar therapeutische waarde hadden en dat daarom de import van geneesmiddelen in overeenstemming hiermee moest verminderd worden. Binnen de week na de door de CIA opgezette bloedige coup van 11 september 1973 (een 11 september die gemakshalve geen deel uitmaakt van het Amerikaanse collectieve geheugen), die de regering Allende omverwierp en verving door een wrede maar de markt goedgezinde militaire dictatuur, werden de meeste dokters die behoorden tot de minderheid in Chili die de bevindingen van de commissie wilden toepassen vermoord door het leger. Ruesch merkt op: "Natuurlijk heeft niemand ooit sluitende bewijzen gepubliceerd dat de Amerikaanse CIA de hand had in de moord van deze Chileense dokters die de vloed van Amerikaanse geneesmiddelen wilden stoppen. Aan de andere kant, niemand heeft uitgelegd waarom er in een politieke revolutie zoveel dokters werden vermoord, en waarom net zij. Laat ons er aan toevoegen dat moord beschouwd wordt als één van de activiteiten van de CIA, en dat die initialen grappend worden gezien als staand voor 'Centrum voor Internationale Afslachtingen'" (p.94).

Besluit

In een beschaafde maatschappij, waarin geproduceerd wordt om in de behoeften van het volk te voorzien in plaats van voor de winsten van enkelen zoals het in de huidige samenleving het geval is, zou de farmaceutische industrie ten dienste staan van de bevolking. Zo'n maatschappij zou de klemtoon leggen op controle en verbetering van de levenskwaliteit in plaats van op het enorme gebruik van medicijnen. Zo'n maatschappij zou "een gezondheidsbeleid nastreven dat niet is besmet door de belangen van farmaceutische multinationals" (deze woorden werden in 1983 uitgesproken door de Amerikaanse dokter Edward Kasse, tijdens de Weense Conventie over besmettelijke ziekten waarvan hij de voorzitter was, zoals geciteerd in het hierboven vermelde boek van G. Lanctôt).

Zo'n maatschappij kan slechts een socialistische zijn. Wie werkelijk begaan is met de lichamelijke en geestelijke gezondheid van het volk, moet opkomen voor zo'n maatschappij en zich ontdoen van het imperialisme.