|
KAPOT DOOR OPERATIE
Ziekenhuis en verzekeraar laten slachtoffers in de kou staan
door RENÉ STEENHORST
HAARLEM/AMSTERDAM
Lang had Marit de Leeuw* haar gynaecoloog de hand boven het hoofd gehouden. Ze respecteerde de medicus, vooral vanwege zijn eerlijkheid; ze meende goed contact te hebben. ’Prima dokter, heel open ook over wat er is misgegaan…’ zei ze menigmaal over hem, wanneer de hachelijke situatie ter sprake kwam waarin haar leven was terechtgekomen sinds de verwijdering van haar vergrote baarmoeder. De ’uitname’ was nodig na vaststelling van vleesbomen als oorzaak van heftig bloedverlies.
Ernstige complicaties hadden zich in maart 2006 voorgedaan bij de ’laparoscopische’ ingreep. Onvoorziene, van technische aard. Door een apparatuurstoring, zo noemde althans de gynaecoloog het. Twee lekken in haar urineleider, buiten het operatiegebied, waren het gevolg. Feitelijk twee brandgaten, mogelijk veroorzaakt door kortsluiting in het chirurgische instrument. Marit had veel pijn en was door de mislukte ingreep zwaar incontinent geworden.
De gebeurtenissen hadden – en hebben – nog altijd grote invloed op haar leven: een ingrijpende urologische hersteloperatie, vervolgbehandelingen, daardoor langdurig werkverzuim (ook door aanhoudende medische klachten), vermindering van inkomen, en veel pijn en verdriet.
Trauma
Maar, lange tijd niets dan goeds over de gynaecoloog. „Overal gaat immers wel eens wat fout…” relativeerde Marit de Leeuw.
Dat was zelfs mogelijk in het meermalen als ’beste ziekenhuis van Nederland’ aangeduide Onze Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam.
De complicatie waarvan zij het slachtoffer was geworden – en met haar zeker twee en mogelijk zelfs vier (!) andere vrouwen – was namelijk óók de dokter overkomen, meende ze. Niet goed functionerende apparatuur, zei hij. Bovendien was deze vrouwenarts immers degene die bij herhaling ’de fout’ mondeling had toegegeven. Hij vond het „logisch en redelijk” dat zij een procedure tegen zijn ziekenhuis begon en een schadeclaim zou indienen.
Sterker nog… „Hij beloofde alles te doen om een zo goed mogelijke oplossing te zoeken”, zegt Marit, thuis in Haarlem, waar in haar gedachten zich herhaaldelijk de film vol onverwerkte details afspeelt over misschien wel het grootste trauma in haar leven. „Met de OLVG-directie zou hij contact opnemen voor de juiste procedure. Hetgeen hij ook deed.”
Begin dit jaar echter, na maandenlange geluidloosheid en omtrekkende bewegingen door het ziekenhuis, sloeg ineens de stemming om. Hoewel de dokter steeds had gezegd achter Marit en andere gedupeerden te zullen blijven staan, hulde hij zich plotseling in stilzwijgen. Elke poging om in gesprek te blijven negeerde hij categorisch. Telefoontjes werden niet meer beantwoord.
Waarom toch deed hij zo? Waarom hield hij de boot af? Vanwaar die kilte…? „Ik vind dit zó zonde, zo naar.”
De 52-jarige Haarlemse, die jarenlang zelf werkzaam was geweest in de gezondheidszorg, onder meer als medisch secretaresse, was teleurgesteld en verdrietig over die opvallende afhoudendheid van de dokter. Want ondanks alles was zij die steeds blijven vertrouwen. Maar haar teleurstelling veranderde in ergernis, vervolgens in boosheid en de vragen stapelden zich op. Als bij blikseminslag werd echter duidelijk waarom de gynaecoloog zich onbereikbaar had gehouden.
Kennelijk had móéten houden… vrij zeker op last van zijn ziekenhuis en in opdracht van de aansprakelijkheidsverzekeraar MediRisk te Utrecht, de naar eigen omschrijving ’verzekeraar van medische aansprakelijkheid van ruim 70 procent van de algemene ziekenhuizen’. Hij lijkt inderdaad tot de orde te zijn geroepen.
Wat hoe luiden letterlijk de instructies van MediRisk? Wat mogen hulpverleners wel of niet zeggen als er iets is misgegaan?
„Het ziekenhuis en hulpverleners moeten zich onthouden van uitlatingen waaruit een erkenning van een verplichting tot schadevergoeding kan worden afgeleid. Aansprakelijkheid erkennen, de verwachting uitspreken dat schadevergoeding tot de mogelijkheden behoort dan wel schadevergoeding toezeggen is dan ook niet gewenst. Dit kan immers het belang van de aansprakelijkheidsverzekeraar schaden. Dit is slechts anders in situaties, waarin aansprakelijkheid op voorhand vaststaat, zoals in het geval van een links/rechts-verwisseling of het na een operatie in de patiënt achterblijven van materialen.”
Lekstroom
MediRisk stelt per brief van 25 januari jl. aan mr. R.P. Wijne, de advocaat van Marit de Leeuw en een twe ede lotgenoot (die kort ervoor door hetzelfde letsel werd getroffen): „Wij zijn tot de conclusie gekomen dat onze verzekerde (OLVG, red.) niet aansprakelijk is.” En in een toelichting: „Volgens onze medisch adviseur zijn er tijdens de ingreep geen complicaties waargenomen. (…) De behandeling door onze verzekerde is niet onzorgvuldig geweest.
Er is wel sprake geweest van een voor uw cliënte zeer vervelende complicatie in de vorm van twee beschadigingen in de linkerurineleider. Men is bij het opereren echter niet buiten het operatiegebied geweest. (…) Tevens is uit navraag bij onze verzekerde gebleken dat het letsel niet kan zijn ontstaan door het niet goed functioneren van de gebruikte elektrochirurgische apparatuur.
Volgens onze medisch adviseur is de enige mogelijke verklaring het plaatsvinden van lekstroom, echter dit hoeft tijdens de operatie niet eens defecten van de urineleider te hebben gegeven. Het is namelijk mogelijk dat door weefselversterf pas later de echte defecten (gaten, red.) zijn ’gevallen’ in de urineleider.”
Mr. Rolinka Wijne, gespecialiseerd in medisch aansprakelijkheidsrecht bij het kantoor Beer Advocaten te Amsterdam, blikt in een communiqué terug op de affaire en stelt een onmiskenbaar verband vast tussen de operaties die bij haar twee cliënten zijn verricht: „Op 15 en 27 maart 2006 melden zich twee patiënten op de operatiekamer van het OLVG, teneinde een baarmoederoperatie te ondergaan. De baarmoederingrepen zullen laparoscopisch (via een kijkoperatie) worden uitgevoerd, omdat een dergelijke operatietechniek zo min mogelijk littekens zou achterlaten en het herstel sneller zou zijn, aldus de afdeling Gynaecologie destijds. De eerste patiënte wordt na drie dagen ontslagen.
Nog geen vijf dagen later krijgt deze patiënte te maken met hevige pijn, zodanig dat zij zich opnieuw tot het OLVG wendt. Er volgt een nieuwe opname, waarbij ontdekt wordt dat sprake is van een brandwond in de urineleider. De tweede patiënte (Marit de Leeuw, red.) voelt twee dagen na de ingreep een heftig, onverklaarbare pijn. Desondanks wordt zij uit het ziekenhuis ontslagen om op 2 april 2006 weer te worden opgenomen. Ook bij deze patiënte wordt ontdekt dat sprake is van een beschadiging van de urineleider. Ditmaal is het een brandwond op twee plaatsen.” Bovendien: „Van een derde patiënt, geopereerd in april 2006, is een zelfde lot bekend.
”Drie ernstige medische onvolkomenheden in amper vier weken tijd. Drie identieke complicaties. Bij drie vrouwen, die inwendig verbrand raakten door mogelijk ondeugdelijke elektrochirurgische apparatuur tijdens hun gynaecologische operatie. Drie drama’s op de operatiekamer van één en hetzelfde ziekenhuis: het OLVG te Amsterdam. Het hospitaal verving weliswaar de apparatuur, maar verzekeraar MediRisk stelt dat het ziekenhuis geen blaam treft. En de gedupeerde vrouwen? Die zijn lichamelijk en emotioneel zwaar beschadigd en worden door de verantwoordelijken aan hun lot overgelaten.
Geen toeval
Dezelfde elektrochirurgische apparatuur, andere operateurs, maar exact hetzelfde verbrandingsletsel bij drie (en mogelijk meer patiënten). „Dat kan geen toeval zijn”, reageert mr. Wijne door ons om commentaar gevraagd.
Ze zegt „hooglijk verbaasd” te zijn dat ziekenhuis en verzekeraar deze samenhang glashard ontkennen. Het ziekenhuis spreekt van ’een samenloop van omstandigheden’, de verzekeraar acht geen sprake van verwijtbaar handelen en weigert schadevergoeding.
De rode lijn in de complicaties bij de twee vrouwen komt bij toeval aan het licht wanneer Marit en Rosa* elkaar bij toeval tegen het lijf lopen. Ze lagen samen op één zaaltje. Bij de als eerste geopereerde Rosa was daags na haar ontslag een lek in de urineleider ontdekt als gevolg van een brandwond. Marit: „Ik wist niet wat ik hoorde. Ook bij Rosa! Op zaal had ze al veel pijn. Ze zei toen nog: ’Ik hoop dat jou dit bespaard blijft’. Zij vertelde ook van een derde patiënt die dit overkomen was.” Met deze patiënte met hetzelfde inwendige verbrandingsletsel ontstond contact. Marit de Leeuw voert nadrukkelijk ook namens hen het woord. De patienten hebben tot juridische actie besloten.
Marit de Leeuw: „Mijn boosheid richtte zich eerst op MediRisk. Nu begrijp ik hoe de verzekeraar aan zijn informatie is gekomen… Waar ik werkelijk met mijn verstand niet bij kan, is dat de gynaecologen van het OLVG eerst een kermis van een jaar hebben opgevoerd door ’alle begrip te tonen’, ons alle steun toe te zeggen, achter ons te staan, op de rand van ons bed te komen zitten en het ’ohzo-erg’ te vinden wat er met de apparatuur was misgegaan.
Iets dat nog nooit was voorgekomen, zeiden ze. Nu wordt botweg tegengesproken wat toen door hen is gezegd.”
En aan haar uitgebreide dagboek vertrouwde Marit deze week, na dertien maanden ellende, toe: „Mijn eerste gevoel is te vertrekken naar Afrika zonder katheters en medicijnen en daar in de natuur te genieten tot de bacteriën me van binnen opvreten of een prachtig roofdier me ziet als een lekker hapje. Waarom vinden mijn vrienden altijd dat ik helemaal niet dom ben en word ik geprezen om m’n analytisch vermogen, terwijl ik van dit hele circus helemaal niets begrijp…?”
* Op verzoek van de gedupeerden is gekozen voor door hen zelf bedachte namen
„De gynaecoloog gaf fout toe en steunde ons, maar zweeg plotseling in alle talen…”
• Marit de Leeuw, op eigen verzoek onherkenbaar in beeld gebracht, leunt tegen een hek dat de tegenstand door het ziekenhuis lijkt te symboliseren. „Hoewel mijn gynaecoloog steeds had gezegd achter mij te zullen blijven staan, hulde hij zich plotseling in stilzwijgen. Elke poging om in gesprek te blijven negeerde hij categorisch.”
Bron: De Telegraaf - 28 april 2007
|