Antwoorden op kamervragen van Van Gerven over invoering van klassenzorg in het Slotervaartziekenhuis in AmsterdamKamerstuk, 25 januari 2007 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG CZ-K-U-2741890 24 januari 2007 Antwoorden op Kamervragen van het Kamerlid Van Gerven over de invoering van klassenzorg in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam. (2060705020) Vraag 1 Wat is uw reactie op het plan van het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam om, uitgaande van het principe ‘de klant is koning’, klassenzorg in te voeren? 1) Antwoord 1 Zolang de kwaliteit van de medisch-specialistische zorg (voor alle patiënten) en de toegang tot die zorg gewaarborgd blijven, juich ik initiatieven toe die gericht zijn op het vergroten van de keuzevrijheid voor patiënten. Vraag 2 Vindt u het acceptabel dat de invoering van klassenzorg noodzakelijk is om als ziekenhuis uit de financiële problemen te komen, zoals het bestuur van het Slotervaartziekenhuis beweert? Zo ja waarom? Zo neen, wat gaat u ondernemen om dit argument om klassenverpleging in te voeren, weg te nemen? Antwoord 2 Het ziekenhuis stelt dat invoering van klassenzorg één van de maatregelen is om een einde te maken aan de financiële problemen. Ik heb hier geen bezwaren tegen. Het feit dat een koppeling wordt gelegd tussen operationele bedrijfsvoering en financieel resultaat acht ik in principe zelfs wenselijk. Hiermee wordt door het bestuur invulling gegeven aan haar verantwoordelijkheid voor een gezond financieel beleid. Vraag 3 Leidt invoering van klassenzorg, zoals voorgesteld door het Slotervaartziekenhuis (mogelijkheid voor éénpersoonskamer en eigen personeel), niet automatisch tot een tweedeling in geboden zorg die strijdig is met het in Nederland breed gedragen gelijkheidsbeginsel in de zorg? Zo ja, wat gaat u dan daartegen ondernemen? Zo neen, waarom niet? Antwoord 3 Nee, de toegang tot (medisch noodzakelijke) zorg is voor alle verzekerden gelijk. Vraag 4 Bent u van mening dat, wanneer er een tekort is aan éénpersoonskamers, de toewijzing gebaseerd moet zijn op medische indicatie in plaats van op extra betaalde premiegelden? Zo ja, hoe gaat voorkomen worden dat ernstig zieke mensen op zaal komen te liggen om iemand met een klassenverzekering van een eenpersoons kamer te kunnen voorzien? Zo neen, waarom niet? Antwoord 4 De kwaliteit van medisch noodzakelijke zorg moet altijd prevaleren boven extra (niet medisch noodzakelijk) comfort. Ziekenhuizen zijn zelf verantwoordelijk voor veilige en patiëntgerichte zorg. De IGZ houdt hier toezicht op. Vraag 5 Hoe gaat voorkomen worden dat het principe “de zorg gaat daar naar toe waar het geld ligt” in de zorg gaat gelden met als mogelijk gevolg dat voor klassenpatiënten beter geschoold personeel wordt ingezet dan voor gewone patiënten? Antwoord 5 Wederom geldt dat ieder ziekenhuis verantwoordelijk is om medisch specialistische zorg veilig en patiëntgericht te organiseren. Waar deze aspecten in het geding zijn, heeft de IGZ de mogelijkheid om in te grijpen. Vraag 6 Is er een grens in wat klassenpatiënten extra geboden mag worden in ziekenhuizen voor een hogere premie? Zo ja, waar ligt de grens? Zo neen, waarom niet? Antwoord 6 De basiszorg uit hoofde van de zorgverzekeringswet wordt altijd geboden voor de wettelijk verplichte premie. De verantwoordelijkheid voor het al dan niet aanbieden van extra zorg (en ook van de grens die daarin wordt getrokken) ligt primair bij het overleg tussen de ziekenhuizen en verzekeraars. Voor wat betreft de aanvullende verzekeringen die verzekeraars op dit gebied aanbieden, geldt dat de overheid geen beperkingen kan opleggen, anders dan voortvloeiend uit de algemene verzekeringswetgeving. Dit heeft te maken met het feit dat aanvullende verzekeringen in feite ‘gewone’ schadeverzekeringen zijn en zich dus bevinden op door EU-recht geharmoniseerd terrein. Vraag 7 Hoe verhoudt zich de ontwikkeling van klassenzorg in het Slotervaartziekenhuis met de Zorgverzekeringswet, waarbij een van de belangrijkste uitgangspunten is het opheffen van het onderscheid tussen particulier verzekerden en ziekenfondsverzekerden? Is dit niet strijdig met elkaar? Zo neen, waarom niet? Antwoord 7 Met het opheffen van het onderscheid tussen particulier verzekerden en ziekenfondsverzekerden heb ik vooral willen bewerkstelligen dat iedereen onder dezelfde voorwaarden verzekerd is van toegang tot de belangrijkste medische voorzieningen, zoals omschreven in het wettelijk basispakket. Deze uniformering van het systeem was noodzakelijk om de concurrentie tussen zowel verzekeraars als ziekenhuizen te vergroten, waardoor uiteindelijk verzekerden en patiënten zullen profiteren van aantrekkelijker (markt)condities. Het kunnen kiezen voor extra service en comfort is daar één aspect van, vergelijkbaar met de ‘bekende’ aanvullende verzekeringen. Eén en ander is dus niet strijdig met elkaar. Vraag 8 Hoe staat het met de experimenten van het Bronovo ziekenhuis in Den Haag inzake de één-, twee- en driesterrenpakketten? Wat zijn daarvan de resultaten? Betreft het hier uitsluitend extra facilitaire diensten, of hebben zich verdergaande ontwikkelingen voorgedaan ten opzichte van april 2003? Komt ook hier niet het beginsel van een gelijk recht op zorg in het gedrang? 2 ) Antwoord 8 Het Bronovo ziekenhuis biedt op dit moment een aantal ‘servicepakketten’ aan die in hoofdlijnen bestaan uit één- of tweepersoonskamers, al dan niet aangevuld met de beschikbaarheid van (moderne) communicatieapparatuur en/of een uitgebreide maaltijdkeuze. Het gaat dus uitsluitend om facilitaire diensten. Het gelijke recht op zorg is dan ook niet in het geding. 1) Parool, 28 december 2006 2) Aanhangsel Handelingen II, nr. 1167, vergaderjaar 2002-2003 bron: min VWS |